Contact WhatsApp
Login
Van der Bilt v/h ANWB Rijopleiding sinds 1965 9,4/10
WhatsApp

Verkeersregels 

  • Moet je altijd zo veel mogelijk rechts rijden?
  • Waar moeten voetgangers lopen?
  • Waar moeten fietsers rijden?
  • Waar moeten bromfietsers rijden?
  • Waar mag je rijden met een gehandicaptenvoertuig?
  • Waar moeten ruiters rijden?
  • Wanneer mogen voetgangers op de rijbaan lopen?
  • Waar moeten bestuurders rijden?
  • Hoe moet je veilig inhalen?
  • Mag je in een file inhalen?
  • Mag je een kruispunt blokkeren?
  • Wie heeft voorrang?
  • Mag je een spoorwegovergang oprijden als je niet kunt doorrijden?

Ja. Bestuurders zijn verplicht zoveel mogelijk rechts te houden. De linker rijstrook gebruik je vooral om in te halen of om voor te sorteren.

 

Je mag links rijden als je een voertuig inhaalt, moet voorsorteren of als de verkeerssituatie daarom vraagt. Na het inhalen ga je weer terug naar rechts.

 

Alleen als dat nodig is, bijvoorbeeld omdat je regelmatig andere voertuigen inhaalt. Is de rechterrijstrook vrij? Dan moet je weer naar rechts.

 

Ja. Ook binnen de bebouwde kom houd je zoveel mogelijk rechts, tenzij de verkeerssituatie een andere plaats op de weg vereist.

Ja. Onnodig links rijden is een verkeersovertreding en kan een boete opleveren.

 

Ja. De regel geldt voor vrijwel alle bestuurders, waaronder automobilisten, motorrijders en vrachtwagenchauffeurs.

 

Ja. Fietsers mogen met twee personen naast elkaar fietsen. Dat mag zowel binnen als buiten de bebouwde kom, zolang zij het overige verkeer niet onnodig hinderen of in gevaar brengen.

Deze regel geldt niet voor snorfietsers. Een bestuurder van een snorfiets mag dus niet naast een andere snorfietser rijden alsof hij op een gewone fiets zit.

Rechts houden zorgt voor een betere doorstroming van het verkeer, voorkomt onnodige hinder en maakt de weg veiliger voor iedereen.

Voetgangers moeten gebruikmaken van het trottoir of het voetpad. Is dat er niet? Dan gelden andere regels. Hieronder vind je de meestgestelde vragen.

Ja. Als er een trottoir of voetpad aanwezig is, moeten voetgangers daarvan gebruikmaken.

 

Is er geen trottoir of voetpad? Dan mogen voetgangers gebruikmaken van het fietspad of het bromfietspad.

 

Zijn er geen voorzieningen voor voetgangers? Dan lopen voetgangers op de berm of, als er geen berm is, aan de uiterste zijde van de rijbaan.

 

De wet schrijft alleen voor dat je aan de uiterste zijde van de rijbaan loopt. In de praktijk is het vaak veiliger om tegemoetkomend verkeer te kunnen zien, maar de wet noemt hiervoor geen verplichte looprichting.

 

Alleen als er geen trottoir of voetpad aanwezig is. Is er wel een trottoir of voetpad? Dan moeten voetgangers daarop lopen.

 

Alleen als er geen trottoir, voetpad, fietspad, bromfietspad of berm aanwezig is. In dat geval lopen zij aan de uiterste zijde van de rijbaan.

 

Het trottoir is speciaal bedoeld voor voetgangers. Hierdoor blijven voetgangers en voertuigen zoveel mogelijk van elkaar gescheiden, wat de verkeersveiligheid vergroot.

 

Ja. De regels gelden zowel binnen als buiten de bebouwde kom.

Als fietser moet je meestal gebruikmaken van het fietspad. Is er geen verplicht fietspad of fiets/bromfietspad? Dan rijd je op de rijbaan. In sommige situaties gelden uitzonderingen. Hieronder vind je de meestgestelde vragen.

 

Ja. Is er een verplicht fietspad of een fiets/bromfietspad? Dan moet je daarvan gebruikmaken.

 

Je mag op de rijbaan fietsen als er geen verplicht fietspad of fiets/bromfietspad aanwezig is.

Ja. Een onverplicht fietspad mag je gebruiken, maar het is niet verplicht. Je mag dan ook op de rijbaan fietsen als dat is toegestaan.

 

Een verplicht fietspad herken je aan een rond blauw verkeersbord met een witte fiets. Op dit fietspad ben je verplicht te rijden.

 

Een onverplicht fietspad herken je aan een rechthoekig blauw verkeersbord met het woord 'Fietspad'. Je mag hiervan gebruikmaken, maar je bent dit niet verplicht.

 

Ja, maar alleen als de snorfiets een verbrandingsmotor heeft én de motor is uitgeschakeld. Voor elektrische snorfietsen gelden aparte regels.

 

Ja. Is een fiets op meer dan twee wielen of een fiets met aanhanger, inclusief de lading, breder dan 0,75 meter? Dan mag de bestuurder de rijbaan gebruiken.

 

Ja. De regels voor het gebruik van het fietspad en de rijbaan gelden zowel binnen als buiten de bebouwde kom.

 

Fietspaden zorgen ervoor dat fietsers en gemotoriseerd verkeer zoveel mogelijk van elkaar worden gescheiden. Dat maakt het verkeer veiliger en zorgt voor een betere doorstroming.

 

Een verplicht fietspad is alleen bedoeld voor fietsers en bepaalde bijzondere voertuigen. Een fiets/bromfietspad is bedoeld voor zowel fietsers als bromfietsers. Dit zie je aan het verkeersbord.

Bromfietsers moeten meestal gebruikmaken van het fiets/bromfietspad. Ontbreekt een fiets/bromfietspad? Dan rijden zij op de rijbaan. Voor brede bromfietsen en bromfietsen met een aanhanger geldt een uitzondering.

 

Ja. Is er een fiets/bromfietspad aanwezig? Dan ben je verplicht daarvan gebruik te maken.

 

Ontbreekt een fiets/bromfietspad? Dan moet een bromfietser op de rijbaan rijden.

 

Nee, niet op een verplicht fietspad dat alleen voor fietsers is bedoeld. Een bromfiets mag alleen rijden op een fiets/bromfietspad of, als dat ontbreekt, op de rijbaan.

 

Een fiets/bromfietspad herken je aan het blauwe ronde verkeersbord met een witte fiets én een bromfiets. Dit verkeersbord geeft aan dat zowel fietsers als bromfietsers gebruik moeten maken van dit pad.

 

Ja. Heeft een bromfiets een aanhanger en is de combinatie inclusief lading breder dan 0,75 meter? Dan moet de bestuurder de rijbaan gebruiken.

 

Ja. Is een bromfiets op meer dan twee wielen, inclusief de lading, breder dan 0,75 meter? Dan wordt de rijbaan gebruikt.

 

Ja. De regels over waar bromfietsers moeten rijden gelden zowel binnen als buiten de bebouwde kom.

 

Het fiets/bromfietspad is speciaal aangelegd om fietsers en bromfietsers veilig van het overige verkeer te scheiden. Dit vergroot de verkeersveiligheid en zorgt voor een betere doorstroming.

 

Een verplicht fietspad is bedoeld voor fietsers. Een fiets/bromfietspad is bedoeld voor zowel fietsers als bromfietsers. Je herkent het verschil aan het verkeersbord.

Een gehandicaptenvoertuig, zoals een scootmobiel, mag op verschillende delen van de weg rijden. Afhankelijk van de situatie mag de bestuurder gebruikmaken van het trottoir, het voetpad, het fietspad, het fiets/bromfietspad of de rijbaan.

 

Een bestuurder van een gehandicaptenvoertuig mag gebruikmaken van:

  • het trottoir;
  • het voetpad;
  • het fietspad;
  • het fiets/bromfietspad;
  • de rijbaan.

 

Ja. Een scootmobiel mag op het trottoir of voetpad rijden. Houd daarbij rekening met voetgangers en pas je snelheid aan.

 

Ja. Je mag gebruikmaken van het fietspad en het fiets/bromfietspad.

 

Ja. Ook de rijbaan mag worden gebruikt als dat passend of noodzakelijk is.

 

Ja. De wet biedt bestuurders van een gehandicaptenvoertuig de mogelijkheid om, afhankelijk van de verkeerssituatie, gebruik te maken van het trottoir, voetpad, fietspad, fiets/bromfietspad of de rijbaan. Kies altijd de plaats die het veiligst is voor jezelf en voor andere weggebruikers.

 

Nee. Een gehandicaptenvoertuig mag niet op een autosnelweg of autoweg rijden.

 

Gehandicaptenvoertuigen zijn bedoeld om mensen met een mobiliteitsbeperking veilig aan het verkeer te laten deelnemen. Daarom biedt de wet meer mogelijkheden dan voor andere voertuigen.

 

Ja. Een scootmobiel is een gehandicaptenvoertuig en valt onder dezelfde verkeersregels.

Ruiters moeten gebruikmaken van een ruiterpad als dat aanwezig is. Is er geen ruiterpad? Dan rijden zij in de berm of op de rijbaan. Zo blijven ruiters, paarden en andere weggebruikers zo veilig mogelijk.

 

Ja. Is er een ruiterpad aanwezig? Dan zijn ruiters verplicht daarvan gebruik te maken.

 

Ontbreekt een ruiterpad? Dan rijden ruiters in de berm. Is er geen bruikbare berm, dan rijden zij op de rijbaan.

 

Nee. Een ruiter gebruikt het ruiterpad. Ontbreekt dit, dan gebruikt de ruiter de berm of de rijbaan. Een fietspad is niet bedoeld voor ruiters.

 

Nee. Het trottoir en het voetpad zijn bedoeld voor voetgangers. Ruiters mogen daar niet rijden.

 

Ja. Alleen als er geen ruiterpad en geen geschikte berm aanwezig zijn, mogen ruiters gebruikmaken van de rijbaan.

 

Een ruiterpad is speciaal aangelegd voor paarden en ruiters. Hierdoor blijven ruiters zoveel mogelijk gescheiden van auto's, fietsers en voetgangers. Dat vergroot de verkeersveiligheid.

 

Ja. De regels over de plaats van ruiters op de weg gelden zowel binnen als buiten de bebouwde kom.

 

Een ruiterpad is een speciaal pad dat uitsluitend is bedoeld voor ruiters. Je herkent het aan het verkeersbord met een ruiter op een paard.

Normaal gesproken lopen voetgangers op het trottoir of voetpad. Er is één belangrijke uitzondering: vormen voetgangers een colonne, een optocht of een uitvaartstoet, dan mogen zij de rijbaan gebruiken.

 

Ja. Tijdens een optocht, zoals een carnaval, feestoptocht of andere georganiseerde stoet, mogen voetgangers op de rijbaan lopen.

 

Ja. Een uitvaartstoet mag gebruikmaken van de rijbaan. Hierdoor kan de stoet zoveel mogelijk bij elkaar blijven.

 

Een colonne is een groep mensen die georganiseerd en als één geheel over de weg loopt, bijvoorbeeld tijdens een militaire of officiële mars. Ook dan mogen de voetgangers de rijbaan gebruiken.

 

Nee. Voetgangers moeten normaal gesproken gebruikmaken van het trottoir of voetpad. Alleen in de situaties die in de wet zijn genoemd, mogen zij als groep de rijbaan gebruiken.

 

Door gebruik te maken van de rijbaan kan de groep veilig en overzichtelijk bij elkaar blijven. Dit voorkomt dat de stoet wordt opgesplitst en vergroot de verkeersveiligheid.

 

Ja. Bestuurders moeten extra voorzichtig zijn en de stoet veilig laten passeren. Houd voldoende afstand en volg altijd eventuele aanwijzingen van verkeersregelaars of de politie. De regel geldt overal waar een colonne, optocht of uitvaartstoet zich op de openbare weg bevindt.

Bestuur je een auto, motor, vrachtauto, bus, trekker of een ander motorvoertuig? Dan rijd je op de rijbaan. Alleen voor fietsers, bromfietsers, bestuurders van een gehandicaptenvoertuig en ruiters gelden andere regels. Hieronder vind je de meestgestelde vragen.

 

Ja. Bestuurders van auto's, motoren, vrachtauto's, bussen, trekkers en andere motorvoertuigen rijden op de rijbaan. Zij mogen niet op een fietspad, voetpad of trottoir rijden, tenzij een verkeersbord of verkeersregel dit toestaat.

 

Nee. Een fietspad is bedoeld voor fietsers. Auto's, motoren en andere motorvoertuigen mogen hier niet rijden.

 

Dat hangt af van de belijning.

  • Doorgetrokken streep: Nee, je mag de fietsstrook niet gebruiken.
  • Onderbroken streep: Ja, maar alleen als dat nodig is, bijvoorbeeld om af te slaan of een obstakel te passeren. Let daarbij altijd goed op fietsers.

 

Nee. Een fietsstrook moet vrij blijven voor fietsers. Daarom mag je daar niet parkeren.

 

Een fietspad ligt los van de rijbaan en is alleen bedoeld voor fietsers. Een fietsstrook maakt onderdeel uit van de rijbaan en herken je aan een fietssymbool op het wegdek.

 

Fietsstroken geven fietsers een eigen plek op de weg. Dat maakt het verkeer veiliger en overzichtelijker voor iedereen.

 

Ja. Deze regels gelden zowel binnen als buiten de bebouwde kom, tenzij verkeersborden iets anders aangeven.

 

Nee. Het trottoir en het voetpad zijn bedoeld voor voetgangers. Motorvoertuigen mogen daar niet rijden.

Inhalen doe je meestal links. Soms mag je rechts inhalen, maar alleen in een paar uitzonderlijke situaties. Ook gelden er extra regels, bijvoorbeeld bij een zebrapad. Hieronder lees je de meestgestelde vragen.

 

Je haalt een ander voertuig meestal links in. Alleen in een aantal situaties mag je rechts inhalen. Ook mag je niet overal inhalen, bijvoorbeeld niet vlak voor of op een zebrapad. Door veilig in te halen voorkom je gevaarlijke situaties en ongelukken.

 

Je mag rechts inhalen als:

  • een bestuurder duidelijk heeft voorgesorteerd om links af te slaan;
  • je rechts van een blokmarkering rijdt en de andere bestuurder links daarvan rijdt;
  • je een tram rechts kunt passeren.

 

Ja. De hoofdregel is dat je een ander voertuig links inhaalt. Alleen in een paar uitzonderingen is rechts inhalen toegestaan.

 

Ja. Heeft een bestuurder richting aangegeven en voorgesorteerd om links af te slaan? Dan mag je rechts passeren.

 

Ja. Fietsers halen elkaar links in, maar mogen andere bestuurders rechts inhalen.

 

Ja. Een tram mag je rechts inhalen als dat veilig kan.

Een blokmarkering bestaat uit een rij witte blokken op de weg. Rijd jij rechts van de blokmarkering en een andere bestuurder links ervan? Dan mag je die bestuurder rechts inhalen

Nee. Je mag een voertuig niet vlak voor of op een zebrapad inhalen. Zo blijven overstekende voetgangers goed zichtbaar.

 

Als je vlak voor een zebrapad inhaalt, kan een voetganger achter het ingehaalde voertuig uit het zicht verdwijnen. Daardoor neemt de kans op een ongeval toe.

 

Normaal gesproken niet. Rechts inhalen is alleen toegestaan in de uitzonderingen die in de verkeersregels zijn genoemd, zoals bij een file of een blokmarkering.

 

Kijk goed vooruit, controleer je spiegels en dode hoek, geef richting aan en haal alleen in als je voldoende ruimte en goed zicht hebt.

Ja. Rijden de voertuigen op de ene rijstrook sneller dan op de andere? Dan mag je de bestuurders op de langzamere rijstrook rechts passeren. Dit wordt niet gezien als rechts inhalen, maar als het gevolg van langzaam rijdend verkeer.

 

Ja. In een file of bij langzaam rijdend verkeer kan het gebeuren dat de rechterrijstrook sneller rijdt dan de linkerrijstrook. Je mag dan gewoon doorrijden. Je hoeft niet af te remmen om achter de voertuigen links van je te blijven.

 

Nee. Als de verkeersdrukte ervoor zorgt dat de rechterrijstrook sneller rijdt dan de linker, wordt dit niet gezien als verboden rechts inhalen.

 

Ja. Als de rechterrijstrook sneller doorrijdt, mag je die blijven volgen. Je hoeft niet van rijstrook te wisselen.

 

Nee. Deze regel geldt overal waar sprake is van langzaam rijdende files of langzaam rijdende verkeersstromen met meerdere rijstroken.

 

De wet noemt geen maximale snelheid. Het gaat erom dat sprake is van langzaam rijdende, naast elkaar voortbewegende verkeersstromen.

 

Dat mag, maar het is vaak niet verstandig. Veel van rijstrook wisselen zorgt regelmatig voor extra onrust, vergroot de kans op een ongeval en levert meestal weinig tijdwinst op.

 

Tijdens een file kunnen rijstroken verschillende snelheden hebben. Door bestuurders op hun eigen rijstrook te laten blijven rijden, blijft het verkeer veiliger en stroomt het beter door.

Nee. Je mag een kruispunt alleen oprijden als je het ook direct weer kunt verlaten. Blijf je door druk verkeer midden op het kruispunt stilstaan? Dan blokkeer je het verkeer en dat is niet toegestaan.

 

Je mag een kruispunt alleen oprijden als er voldoende ruimte is om direct door te rijden. Is de weg na het kruispunt geblokkeerd? Wacht dan vóór het kruispunt.

 

Nee. Staat er file of langzaam rijdend verkeer waardoor je niet direct verder kunt rijden? Wacht dan tot er weer voldoende ruimte is. Zo voorkom je dat het kruispunt wordt geblokkeerd.

 

Een geblokkeerd kruispunt zorgt voor onveilige situaties, verkeersopstoppingen en kan hulpdiensten hinderen. Door vóór het kruispunt te wachten, blijft het verkeer beter doorstromen.

 

Ja. Ook bij groen licht mag je een kruispunt niet oprijden als je ziet dat je aan de overkant niet verder kunt rijden. Een groen verkeerslicht betekent niet dat je het kruispunt altijd mag oprijden.

 

Nee. Je mag alleen op een kruispunt stilstaan als dat noodzakelijk is, bijvoorbeeld om voorrang te verlenen of voor een rood verkeerslicht. Je mag een kruispunt niet blokkeren door een file of opstopping.

 

Blijf vóór het kruispunt wachten totdat er voldoende ruimte is om helemaal over te steken. Zo houd je het kruispunt vrij voor ander verkeer.

 

Ja. Deze regel geldt voor alle bestuurders, zoals automobilisten, motorrijders, vrachtautochauffeurs, buschauffeurs en bestuurders van andere motorvoertuigen.

Twijfel je weleens wie als eerste mag rijden? Je bent niet de enige. Juist op gelijkwaardige kruispunten ontstaan veel misverstanden en ongevallen. De hoofdregel is eenvoudig: verkeer van rechts heeft voorrang. Maar er zijn een paar belangrijke uitzonderingen. Hieronder lees je de meestgestelde vragen.

 

Nee. Verkeer van rechts heeft alleen voorrang op een gelijkwaardig kruispunt. Staan er verkeerslichten, haaientanden, voorrangsborden of een verkeersregelaar? Dan gelden die regels. Ook voor een tram en verkeer uit een onverharde weg gelden aparte voorrangsregels.

 

Een gelijkwaardig kruispunt is een kruispunt zonder verkeerslichten, haaientanden en voorrangsborden. Geen enkele weg heeft daar voorrang. Daarom geldt de regel: verkeer van rechts heeft voorrang.

 

Op een gelijkwaardig kruispunt moet je voorrang geven aan bestuurders die van rechts komen. Kijk daarom altijd goed naar rechts voordat je een kruispunt oprijdt.

 

Ja. Fietsers zijn ook bestuurders. Daarom moeten ook fietsers op een gelijkwaardig kruispunt voorrang verlenen aan bestuurders die van rechts komen, tenzij verkeersborden of verkeerslichten iets anders aangeven.

 

Ja. Op een gelijkwaardig kruispunt moet je een tram altijd voorrang geven. Dat geldt ook als de tram van links komt.

 

Kom je uit een zandweg, grindweg, bospad of een andere onverharde weg? Dan moet je altijd voorrang geven aan bestuurders op een verharde weg.

 

Nee. Veel mensen denken dat een brede weg of een drukke weg automatisch voorrang heeft. Dat is niet waar. Alleen verkeersregels, verkeersborden, verkeerslichten en wegmarkeringen bepalen wie voorrang heeft.

 

Nee. Een doorgaande weg heeft alleen voorrang als dat met verkeersborden of haaientanden is geregeld. Zonder deze verkeerstekens geldt op een gelijkwaardig kruispunt gewoon de regel 'rechts heeft voorrang'.

 

Je herkent een gelijkwaardig kruispunt doordat er geen verkeerslichten, haaientanden of voorrangsborden staan. Twijfel je? Minder dan je snelheid en kijk goed naar alle richtingen.

 

Veel bestuurders denken dat de breedste weg of de drukste weg automatisch voorrang heeft. Dat is een veelvoorkomend misverstand. Kijk daarom altijd goed naar rechts en controleer of er verkeersborden, haaientanden of een tram zijn.

 

Op gelijkwaardige kruispunten maken bestuurders vaak verschillende inschattingen over wie voorrang heeft. Door op tijd snelheid te minderen, goed om je heen te kijken en de voorrangsregels toe te passen, verklein je de kans op een ongeval.

 

Nee. Je hoeft alleen te stoppen als dat nodig is om een andere bestuurder veilig voor te laten gaan. Kun je zonder hinder of gevaar voorrang verlenen, dan hoef je niet stil te staan.

Nee. Je mag een spoorwegovergang (overweg) alleen oprijden als je deze direct helemaal kunt oversteken. Blijf nooit stilstaan op het spoor. Dat is levensgevaarlijk.

 

Je mag een spoorwegovergang alleen oprijden als je zeker weet dat je zonder te stoppen de overweg helemaal kunt verlaten. Is er file of staat het verkeer stil? Wacht dan vóór de overweg.

 

Nee. Ook als de slagbomen nog open zijn en er geen trein aankomt, mag je de overweg niet oprijden als je daarna niet direct verder kunt rijden. Zo voorkom je dat je op het spoor stil komt te staan.

 

Een trein kan niet zomaar uitwijken of snel stoppen. Daarom moet een spoorwegovergang altijd vrij blijven. Een stilstaand voertuig op het spoor kan levensgevaarlijke situaties veroorzaken.

 

Bij een spoorwegovergang moet je een trein, tram of ander railvoertuig altijd voor laten gaan. Wacht tot het railvoertuig volledig is gepasseerd en de overweg weer vrij is.

 

Ja, maar alleen als je de spoorwegovergang direct helemaal kunt oversteken. Is er onvoldoende ruimte aan de overkant? Wacht dan vóór de overweg.

 

Blijf vóór de spoorwegovergang wachten totdat er voldoende ruimte is om helemaal over te steken. Rijd nooit het spoor op in de hoop dat het verkeer weer gaat rijden.

 

Ja. Deze regel geldt voor alle weggebruikers die een spoorwegovergang oversteken, zoals automobilisten, motorrijders, vrachtwagenchauffeurs, buschauffeurs, fietsers en bestuurders van andere voertuigen.

 

Een trein heeft een lange remweg en kan niet uitwijken. Door de spoorwegovergang vrij te houden, voorkom je gevaarlijke situaties voor jezelf en andere weggebruikers.

Klanten beoordelen ons met een 9,4
Bron: Klantenvertellen.nl

  • Vertrouwde ANWB-lesmethode

    Wij verzorgen rijopleidingen volgens de vertrouwde ANWB-lesmethode en gebruiken ANWB-lesmaterialen voor theorie én praktijk.

  • Al sinds 1965 een begrip in Rijnmond

    Al meer dan 60 jaar ervaring in verkeersopleidingen.

  • Onafhankelijk getoetste kwaliteit

    ISO 9001:2015-, NRTO-, KIWA- en CRKBO-erkend. Al meer dan 60 jaar kwaliteit waarop leerlingen, bedrijven en overheden vertrouwen.

  • Meer dan 35 verkeersopleidingen onder één dak

    Van auto en motor tot vrachtwagen, bus, Code 95, NIWO, taxi en rijinstructeursopleidingen. Eigen ontwikkeling, maatwerkopleidingen en alle verkeerskennis onder één dak.

  • Flexibel plannen

    Lessen overdag, 's avonds en in het weekend. Altijd passend bij jouw agenda.

  • Heldere tarieven

    Transparante prijzen. Voor veel beroepsopleidingen geldt een btw-vrijstelling voor particulieren.

  • Erkend SBB stage leerbedrijf

    Als erkend SBB-leerbedrijf begeleiden wij stagiaires naar een succesvolle start van hun carrière.

  • Maatschappelijke bijdrage

    Wij verzorgen gratis verkeerslessen en verkeerseducatie voor alle leeftijden. Zo dragen wij bij aan een veilig verkeer.

  • Duurzaam onderweg

    Samen bouwen aan veilige en duurzame mobiliteit voor de toekomst.

Op zoek naar deskundig opleidingsadvies?