Contact WhatsApp
Login
Van der Bilt v/h ANWB Rijopleiding sinds 1965 9,4/10
WhatsApp

⚠️ Verkeersveiligheid

  • ⚠️ Verkeersveiligheid

Veilig wegrijden: waar moet je op letten?

Veilig wegrijden begint met goed kijken. Juist op het moment dat je wegrijdt, gebeuren regelmatig ongevallen. Vaak omdat een fietser, voetganger of andere weggebruiker niet op tijd wordt gezien.

Door eerst goed om je heen te kijken, duidelijk richting aan te geven en rustig weg te rijden, verklein je de kans op een ongeval. Zo begin je iedere autorit veilig.

Kijk eerst goed om je heen

Voordat je wegrijdt, controleer je altijd of dit veilig kan. Kijk niet alleen in de binnenspiegel en buitenspiegels, maar controleer ook de dode hoek door over je schouder te kijken.

Let daarbij op:

– fietsers en bromfietsers;

– voetgangers;

– tegemoetkomend verkeer;

– geparkeerde auto's;

– of je zonder hinder of gevaar kunt wegrijden.

Kijk bovendien niet alleen vlak voor de auto, maar ook verder vooruit. Zo zie je eerder wat er in het verkeer gebeurt en kun je op tijd reageren.

Trek rustig en gecontroleerd op

Is de weg vrij? Start dan de motor en rijd rustig weg. Geef geleidelijk gas, schakel op tijd naar een hogere versnelling en pas je snelheid direct aan de verkeerssituatie aan.

Rustig optrekken geeft meer controle over de auto. Bovendien verbruik je minder brandstof, stoot je minder schadelijke stoffen uit en slijten de banden en motor minder snel.

Houd voldoende ruimte

Veilig wegrijden betekent ook dat je rekening houdt met andere weggebruikers.

Houd daarom voldoende:

– volgafstand;

– zijruimte bij fietsers en geparkeerde auto's;

– ruimte tot tegemoetkomend verkeer.

Let ook op de breedte van je voertuig, smalle wegen, wegversmallingen en scherpe bochten. Hoe meer ruimte je houdt, hoe kleiner de kans op een aanrijding.

Pas je rijgedrag aan

Iedere verkeerssituatie is anders. Pas daarom je snelheid en rijgedrag aan de omstandigheden aan.

Houd extra rekening met:

– regen, sneeuw of gladheid;

– mist of fel zonlicht;

– kinderen in de buurt;

– fietsers en voetgangers;

– vrachtwagens en bussen.

Hoe slechter het zicht of de grip op de weg, hoe voorzichtiger je moet wegrijden.

Laat zien wat je gaat doen

Andere weggebruikers moeten kunnen voorspellen wat jij gaat doen.

Geef daarom op tijd richting aan, maak zo nodig oogcontact en geef anderen voldoende tijd en ruimte. Voorspelbaar rijgedrag voorkomt misverstanden en maakt het verkeer veiliger.

Welke verkeersregels gelden bij het wegrijden?

Bij het wegrijden moet je je aan de verkeersregels houden. Dat betekent onder andere dat je:

– andere weggebruikers voor laat gaan als dat verplicht is;

– richting aangeeft voordat je wegrijdt;

– je houdt aan de geldende maximumsnelheid;

– zoveel mogelijk rechts rijdt;

– aanwijzingen van politie of verkeersregelaars opvolgt.

Waarom is rustig wegrijden belangrijk?

Hard optrekken lijkt misschien sneller, maar levert meestal weinig tijdwinst op. Het vergroot juist de remweg, zorgt voor meer brandstofverbruik, meer uitstoot en extra slijtage aan de auto. Ook kunnen andere weggebruikers je snelheid moeilijker inschatten.

Rustig én vlot wegrijden is daarom veiliger, comfortabeler en beter voor het milieu.

Veelgestelde vragen

1. Moet ik altijd over mijn schouder kijken voordat ik wegrijd?

Ja. Spiegels laten niet alles zien. Door ook over je schouder te kijken controleer je de dode hoek. Zo voorkom je dat je een fietser, bromfietser of andere weggebruiker over het hoofd ziet.

2. Moet ik richting aangeven als ik vanuit een parkeervak wegrijd?

Ja. Door richting aan te geven weten andere weggebruikers wat je gaat doen. Dat maakt het verkeer veiliger en voorkomt verrassingen.

3. Mag ik direct hard optrekken?

Nee. Trek rustig en gecontroleerd op. Pas je snelheid aan de verkeerssituatie aan en schakel op tijd door. Dat is veiliger, zuiniger en beter voor je auto.

Zet uw auto veilig stil. Ook dát hoort bij veilig rijden.

Veel bestuurders denken dat de autorit eindigt zodra de auto geparkeerd staat. Toch gebeuren juist op dat moment nog regelmatig ongevallen. Bijvoorbeeld doordat een bestuurder een portier opent zonder te kijken of uitstapt terwijl er een fietser of andere weggebruiker aankomt.

Ook bij pech of een verkeersongeval is het belangrijk dat u weet wat u moet doen. Door rustig te blijven en de juiste stappen te volgen, voorkomt u extra gevaar voor uzelf én voor andere weggebruikers.

De autorit veilig afsluiten

Een autorit is pas echt voorbij wanneer u de auto veilig heeft geparkeerd en zonder gevaar kunt uitstappen.

Kies daarom altijd een veilige parkeerplaats waar u geen hinder of gevaar veroorzaakt. Trek de parkeerrem aan, zet de versnellingsbak in de juiste stand en schakel de motor uit. Controleer vervolgens of de verlichting, ruitenwissers en andere apparatuur zijn uitgeschakeld.

Voordat u het portier opent, kijkt u altijd eerst in de spiegels én over uw schouder. Zo voorkomt u dat u een fietser, bromfietser of motorrijder over het hoofd ziet. Stap pas uit wanneer dit veilig kan en laat passagiers bij voorkeur uitstappen aan de stoepzijde.

Let extra op:

– fietsers, bromfietsers en motorrijders;

– harde wind die een portier kan openslaan;

– regen, mist of slecht zicht.

Wat doet u bij pech?

Krijgt u onderweg pech? Blijf dan rustig en zorg eerst voor uw eigen veiligheid.

Zet de alarmlichten aan en rijd, als dat mogelijk is, naar een veilige plek. Trek de parkeerrem aan en draag een veiligheidsvest als u dat heeft. Plaats een gevarendriehoek wanneer dit veilig kan en bel pechhulp of de hulpdiensten als dat nodig is.

Kleine reparaties, zoals een lamp vervangen, een wiel wisselen of vloeistoffen controleren, doet u alleen wanneer dit veilig kan. Twijfelt u? Schakel dan professionele hulp in.

Wat doet u bij een verkeersongeval?

Bent u betrokken bij een verkeersongeval? Stop dan altijd direct en verlaat de plaats van het ongeval niet.

Zet de alarmlichten aan, waarschuw andere weggebruikers en bel bij gewonden of een gevaarlijke situatie direct 112. Wissel daarna de gegevens uit met de andere bestuurder en vul samen een schadeformulier in. Maak ook foto's van de situatie als dit veilig kan. Deze kunnen later helpen bij de afhandeling van de schade.

Eerste hulp (EHBO)

Bij een verkeersongeval kunnen de eerste minuten van groot belang zijn.

Denk daarom aan deze basisregels:

– zorg eerst voor uw eigen veiligheid;

– kijk wat er is gebeurd en hoeveel slachtoffers er zijn;

– stel het slachtoffer gerust;

– bel 112 als professionele hulp nodig is;

– verplaats een slachtoffer alleen bij direct levensgevaar, bijvoorbeeld bij brand.

Wat zegt de wet?

De Nederlandse wet stelt duidelijke regels voor bestuurders die betrokken zijn bij een ongeval. U bent verplicht om op de plaats van het ongeval te blijven, uw gegevens uit te wisselen en uw voertuig minimaal WA te verzekeren. Ook gelden wettelijke regels voor het gebruik van een gevarendriehoek en het slepen van een voertuig.

Doorrijden na een verkeersongeval is strafbaar en kan leiden tot een hoge boete, een rijontzegging of zelfs een gevangenisstraf.

Goed om te weten

Een autorit is pas echt veilig afgerond wanneer:

– de auto veilig is geparkeerd;

– iedereen veilig is uitgestapt;

– u geen gevaar of hinder veroorzaakt voor andere weggebruikers.

Veilig rijden stopt dus niet wanneer u de motor uitzet, maar pas wanneer iedereen veilig de auto heeft verlaten.

Veelgestelde vragen

1. Moet ik altijd een gevarendriehoek plaatsen?

Nee. Gebruik een gevarendriehoek alleen wanneer dit nodig is én u deze veilig kunt plaatsen. Uw eigen veiligheid staat altijd voorop.

2. Mag ik doorrijden na een kleine aanrijding?

Nee. Ook bij een kleine aanrijding bent u verplicht te stoppen en gegevens uit te wisselen. Doorrijden na een ongeval is strafbaar.

3. Moet ik altijd 112 bellen?

Nee. Bel 112 alleen wanneer er gewonden zijn, direct gevaar dreigt of de hulpdiensten direct nodig zijn.

Veilig wegrijden begint met goed kijken

Wegrijden lijkt eenvoudig, maar juist op dit moment gebeuren veel verkeersongevallen. Een fietser in de dode hoek, een voetganger die onverwacht oversteekt of een auto die u over het hoofd ziet – het kan grote gevolgen hebben.

Door goed om u heen te kijken, op tijd richting aan te geven en rustig weg te rijden, verkleint u de kans op een ongeval. Zo begint iedere autorit veilig.

Kijk eerst goed om u heen

Voordat u wegrijdt, controleert u altijd of dit veilig kan. Kijk niet alleen in de binnenspiegel en buitenspiegels, maar controleer ook de dode hoek door over uw schouder te kijken.

Controleer onder andere:

– of er fietsers, voetgangers of ander verkeer aankomt;

– of u zonder hinder of gevaar kunt wegrijden;

– of er voldoende ruimte is om veilig weg te rijden.

Kijk niet alleen vlak voor de auto, maar ook verder vooruit. Zo ziet u eerder wat er in het verkeer gebeurt en kunt u op tijd reageren.

Rijd rustig en gecontroleerd weg

Is de weg vrij? Rijd dan rustig weg en pas uw snelheid direct aan de verkeerssituatie aan.

Trek geleidelijk op, schakel op tijd naar een hogere versnelling en voorkom onnodig hard optrekken. Rustig wegrijden geeft meer controle over de auto en zorgt voor minder brandstofverbruik, minder uitstoot en minder slijtage aan de motor en banden.

Houd voldoende ruimte

Veilig wegrijden betekent ook dat u rekening houdt met andere weggebruikers.

Houd voldoende afstand tot uw voorligger en zorg voor voldoende zijruimte bij fietsers, geparkeerde auto's en andere obstakels. Let ook op tegemoetkomend verkeer, smalle wegen en wegversmallingen. Hoe meer ruimte u houdt, hoe kleiner de kans op een aanrijding.

Pas uw rijgedrag aan de situatie aan

Iedere verkeerssituatie is anders. Pas daarom uw snelheid en rijgedrag aan de omstandigheden aan.

Houd extra rekening met regen, gladheid, mist, fel zonlicht, bochten, kinderen, fietsers, voetgangers en grote voertuigen zoals vrachtwagens en bussen. Hoe slechter het zicht of de grip op de weg, hoe voorzichtiger u moet wegrijden.

Laat duidelijk zien wat u gaat doen

Andere weggebruikers moeten kunnen voorspellen wat u gaat doen. Geef daarom op tijd richting aan en maak zo nodig oogcontact. Door duidelijk en voorspelbaar te rijden voorkomt u misverstanden en vergroot u de verkeersveiligheid.

Wat zegt de wet?

Bij het wegrijden bent u verplicht om u aan de verkeersregels te houden. U moet andere weggebruikers voor laten gaan als dat verplicht is, richting aangeven wanneer u wegrijdt en zich houden aan de geldende maximumsnelheid. Ook bent u verplicht zoveel mogelijk rechts te rijden en aanwijzingen van politie of verkeersregelaars op te volgen.

Waarom is rustig wegrijden belangrijk?

Hard optrekken lijkt misschien sneller, maar levert meestal weinig tijdwinst op. Het zorgt juist voor een langere remweg, meer brandstofverbruik, extra uitstoot en meer slijtage aan de auto. Bovendien kunnen andere weggebruikers uw snelheid moeilijker inschatten.

Rustig én vlot wegrijden is daarom veiliger, comfortabeler en beter voor het milieu.

Veelgestelde vragen

1. Moet ik altijd over mijn schouder kijken voordat ik wegrijd?

Ja. Spiegels laten niet alles zien. Door ook over uw schouder te kijken controleert u de dode hoek. Zo voorkomt u dat u een fietser, bromfietser of andere weggebruiker over het hoofd ziet.

2. Moet ik richting aangeven als ik vanuit een parkeervak wegrijd?

Ja. Door richting aan te geven laat u andere weggebruikers weten wat u gaat doen. Zo kunnen zij veilig reageren op uw manoeuvre.

3. Mag ik direct hard optrekken?

Nee. Trek rustig en gecontroleerd op en pas uw snelheid aan de verkeerssituatie aan. Dat is veiliger, comfortabeler en beter voor uw auto én het milieu.

Houd de auto veilig op koers. Zo rijdt u ontspannen én veilig.

Tijdens het rijden bent u voortdurend bezig met kijken, sturen en reageren op wat er om u heen gebeurt. Een kleine stuurfout, te weinig afstand of een te hoge snelheid kan al snel leiden tot een gevaarlijke situatie.

Door ver vooruit te kijken, uw snelheid aan te passen en voldoende afstand te houden, rijdt u veiliger en comfortabeler. Bovendien voorkomt u onnodig brandstofverbruik en slijtage aan uw voertuig.

Kijk ver vooruit

Goed kijken is de basis van veilig autorijden. Richt uw blik daarom niet alleen vlak voor de auto, maar kijk ook verder vooruit. Zo ziet u eerder wat er op de weg gebeurt en kunt u op tijd reageren.

Controleer regelmatig uw spiegels en houd ook het verkeer naast en achter u in de gaten. Door uw blik steeds af te wisselen, houdt u overzicht en voorkomt u verrassingen.

Houd de juiste positie op de weg

Rijd zoveel mogelijk rechts en blijf netjes binnen uw rijstrook. Houd voldoende ruimte tot geparkeerde auto's, fietsers en tegemoetkomend verkeer.

Pas uw positie aan wanneer de situatie daarom vraagt, bijvoorbeeld op een smalle weg, in een bocht of wanneer er geen fietspad aanwezig is. Zo geeft u kwetsbare verkeersdeelnemers meer ruimte en vergroot u de verkeersveiligheid.

Pas uw snelheid aan

De maximumsnelheid is niet altijd de veiligste snelheid. Bij regen, mist, gladheid of druk verkeer is het vaak verstandig om langzamer te rijden.

Verminder uw snelheid al vóór een bocht en schakel indien nodig tijdig terug. Zo houdt u meer grip op de weg en blijft de auto beter onder controle.

Houd voldoende afstand

Voldoende afstand geeft u meer tijd om te reageren wanneer een andere weggebruiker plotseling remt of uitwijkt.

Let daarbij op:

– voldoende volgafstand tot uw voorganger;

– voldoende zijruimte bij fietsers en geparkeerde auto's;

– voldoende ruimte bij tegemoetkomend verkeer.

Hoe meer ruimte u houdt, hoe kleiner de kans op een aanrijding.

Rijd rustig en voorspelbaar

Andere weggebruikers moeten kunnen inschatten wat u gaat doen. Voorkom daarom onverwachte stuurbewegingen, hard remmen of plotseling optrekken.

Een rustige en gelijkmatige rijstijl zorgt voor meer veiligheid, een betere doorstroming van het verkeer en meer comfort voor uzelf en uw passagiers.

Houd rekening met de omgeving

Iedere weg is anders. Let daarom extra goed op bij scholen, winkelgebieden, wegwerkzaamheden, tunnels en drukke kruispunten.

Ook verschillende soorten wegdek, scherpe bochten, spoorvorming en slecht zicht kunnen invloed hebben op de wegligging van uw auto. Pas uw snelheid en rijgedrag hier altijd op aan.

Rijd zuinig en milieubewust

Een rustige rijstijl is niet alleen veiliger, maar ook beter voor het milieu.

Door gelijkmatig te rijden, op tijd door te schakelen en onnodig hard optrekken te voorkomen, verbruikt u minder brandstof en vermindert u de uitstoot van schadelijke stoffen. Deze rijstijl staat ook bekend als Het Nieuwe Rijden.

Wat zegt de wet?

Tijdens het rijden bent u verplicht zich aan de verkeersregels te houden. Dat betekent onder andere dat u:

– zoveel mogelijk rechts rijdt;

– de geldende maximumsnelheid respecteert;

– voldoende afstand houdt;

– de juiste rijstrook gebruikt;

– aanwijzingen van politie of verkeersregelaars opvolgt.

Goed om te weten

Veel bestuurders denken dat harder rijden veel tijd oplevert. In de praktijk is de tijdwinst vaak klein, terwijl de risico's juist groter worden.

Bij een hogere snelheid:

– wordt uw remweg langer;

– neemt uw blikveld af;

– verbruikt uw auto meer brandstof;

– neemt de uitstoot toe;

– slijten banden sneller.

Rustig en gelijkmatig rijden is daarom veiliger, comfortabeler én zuiniger.

Veelgestelde vragen

1. Waarom moet ik ver vooruit kijken?

Door ver vooruit te kijken ziet u eerder wat er in het verkeer gebeurt. Daardoor kunt u rustiger reageren en hoeft u minder vaak hard te remmen of uit te wijken.

2. Waarom is voldoende volgafstand belangrijk?

Voldoende afstand geeft u meer tijd om te reageren wanneer uw voorganger onverwacht remt. Zo verkleint u de kans op een kop-staartbotsing.

3. Waarom moet ik vóór een bocht snelheid minderen?

Door vóór een bocht snelheid te verminderen houdt u meer grip op de weg. Daardoor blijft de auto beter bestuurbaar en verkleint u de kans dat u de controle verliest.

Hoe stopt u veilig met de auto?

Veilig stoppen is meer dan alleen op het rempedaal drukken. Door op tijd te kijken, rustig af te remmen en de juiste stopplaats te kiezen, voorkomt u gevaarlijke situaties en vergroot u de verkeersveiligheid.

Door goed te anticiperen op het verkeer hoeft u minder vaak hard te remmen. Dat rijdt niet alleen veiliger, maar is ook comfortabeler voor uw passagiers en beter voor het milieu.

Kijk vooruit en anticipeer

Goed stoppen begint met goed kijken. Kijk daarom ver vooruit en let op wat er vóór, naast en achter uw voertuig gebeurt.

Ziet u een rood verkeerslicht, een file of een oversteekplaats? Laat dan op tijd het gas los en bereid u voor op een veilige stop. Door vooruit te kijken kunt u vaak rustig uitrollen in plaats van plotseling te remmen.

Rem rustig en gecontroleerd

Probeer altijd geleidelijk snelheid te verminderen. Hard remmen is soms noodzakelijk, maar vergroot de kans dat achteropkomend verkeer moet uitwijken of te laat reageert.

Houd daarom voldoende afstand tot uw voorganger en rem rustig af wanneer de verkeerssituatie dat toelaat.

Kies een veilige stopplaats

Niet iedere plek is geschikt om te stoppen. Kies daarom altijd een plaats waar u geen gevaar of hinder veroorzaakt voor andere weggebruikers.

Houd daarbij rekening met:

– kruispunten en oversteekplaatsen;
– fietspaden en busstroken;
– bruggen, tunnels en spoorwegovergangen;
– in- en uitritten.

Controleer voordat u uitstapt altijd of dit veilig kan.

Houd rekening met uw remweg

Veel bestuurders onderschatten de afstand die nodig is om veilig tot stilstand te komen.

De stopafstand bestaat uit twee delen:

– de reactieafstand: de afstand die u aflegt voordat u begint met remmen;
– de remweg: de afstand die de auto nodig heeft om volledig tot stilstand te komen.

Hoe hoger uw snelheid, hoe langer de stopafstand. Verdubbelt uw snelheid, dan wordt de remweg ongeveer vier keer zo lang.

Denk aan het milieu

Door op tijd gas los te laten en rustig uit te rollen, hoeft u minder hard te remmen. Dat bespaart brandstof, vermindert de uitstoot van schadelijke stoffen en zorgt voor minder slijtage aan de remmen.

Moet u langere tijd stilstaan, bijvoorbeeld bij een geopende brug of een spoorwegovergang? Schakel dan, als dat veilig en verantwoord is, de motor uit. Dat voorkomt onnodig brandstofverbruik en is beter voor het milieu.

Wat zegt de wet?

De verkeersregels maken onderscheid tussen stoppen, stilstaan en parkeren. Daarnaast gelden er plaatsen waar u niet mag stoppen of parkeren, zoals bij kruispunten, bushaltes, voetgangersoversteekplaatsen en spoorwegovergangen.

Houd u altijd aan de verkeersborden, wegmarkeringen en de geldende verkeersregels.

Goed om te weten

Veel ongevallen ontstaan doordat bestuurders te laat reageren of onvoldoende afstand houden. Door ver vooruit te kijken en op tijd snelheid te verminderen, voorkomt u vaak een noodstop.

Rustig en gecontroleerd stoppen zorgt voor meer veiligheid, een betere doorstroming van het verkeer en minder belasting voor het milieu.

Veelgestelde vragen

1. Wat is het verschil tussen stoppen, stilstaan en parkeren?

Stoppen is uw voertuig kort tot stilstand brengen, bijvoorbeeld voor een verkeerslicht. Stilstaan doet u om iemand te laten in- of uitstappen of om goederen te laden of lossen. Parkeren betekent dat u uw voertuig langer achterlaat dan nodig is voor direct in- of uitstappen of laden en lossen.

2. Waarom is voldoende volgafstand belangrijk?

Voldoende afstand geeft u meer tijd om veilig te remmen wanneer uw voorganger plotseling stopt. Zo verkleint u de kans op een kop-staartbotsing.

3. Waarom is hard remmen niet altijd verstandig?

Hard remmen kan noodzakelijk zijn in een noodsituatie, maar vergroot ook de kans dat achteropkomend verkeer niet op tijd kan reageren. Door vooruit te kijken en op tijd snelheid te verminderen, voorkomt u vaak een noodstop.

Hoe steekt u veilig een kruispunt over?

Een kruispunt is een van de drukste en meest risicovolle plekken in het verkeer. Auto's, fietsers, voetgangers en soms ook trams komen hier samen. Door goed te kijken, uw snelheid op tijd aan te passen en de verkeersregels te volgen, verkleint u de kans op een ongeval.

Veilig een kruispunt oversteken begint daarom al voordat u het kruispunt bereikt.

Kijk op tijd om u heen

Wanneer u een kruispunt nadert, kijkt u niet alleen recht vooruit. Controleer ook het verkeer van links en rechts, kijk regelmatig in uw spiegels en let op fietsers, voetgangers en tegemoetkomend verkeer.

Let daarnaast op verkeersborden, wegmarkeringen, verkeerslichten en eventuele haaientanden. Zo weet u op tijd welke verkeersregels gelden en voorkomt u verrassingen.

Pas uw snelheid aan

Rijd een kruispunt nooit te snel op. Laat op tijd het gas los en verminder uw snelheid als dat nodig is. Zo houdt u meer tijd over om de verkeerssituatie goed te beoordelen.

Een rustige naderingssnelheid maakt bovendien duidelijk voor andere weggebruikers dat u zich voorbereidt op het oversteken of afslaan.

Geef voorrang wanneer dat moet

Niet ieder kruispunt is hetzelfde. Soms heeft u voorrang en soms moet u andere weggebruikers eerst laten gaan.

Houd daarom altijd rekening met:

– verkeer van rechts op een gelijkwaardig kruispunt;

– tegemoetkomend verkeer wanneer u links afslaat;

– rechtdoorgaande fietsers en voetgangers als u afslaat;

– trams en voorrangsvoertuigen, zoals een ambulance of politieauto met zwaailicht en sirene.

Twijfelt u? Kies dan voor veiligheid en geef de ander de ruimte.

Sorteer op tijd voor

Moet u links- of rechtsaf? Sorteer dan ruim op tijd voor en geef richting aan voordat u van rijstrook verandert.

Door duidelijk te laten zien wat u gaat doen, kunnen andere weggebruikers beter op uw manoeuvre anticiperen. Dat voorkomt onnodig remmen en vergroot de verkeersveiligheid.

Blokkeer het kruispunt niet

Rijd een kruispunt alleen op als u zeker weet dat u het ook kunt verlaten. Staat het verkeer vast? Wacht dan vóór het kruispunt totdat er voldoende ruimte is.

Zo voorkomt u dat u het kruisingsvlak blokkeert en andere weggebruikers hindert.

Wat zegt de wet?

Bij een kruispunt gelden verschillende verkeersregels. Zo moet u onder andere:

– voorrang verlenen wanneer dat verplicht is;

– richting aangeven als u afslaat;

– verkeerslichten, verkeersborden en wegmarkeringen opvolgen;

– een kruispunt vrijhouden wanneer u niet direct kunt doorrijden.

Door deze regels te volgen, voorkomt u gevaarlijke situaties en zorgt u voor een goede doorstroming van het verkeer.

Goed om te weten

Veel ongevallen op kruispunten ontstaan doordat bestuurders te snel naderen of een andere weggebruiker over het hoofd zien.

Door ruim op tijd snelheid te verminderen, goed om u heen te kijken en duidelijk richting aan te geven, geeft u uzelf én anderen meer tijd om veilig te reageren.

Veelgestelde vragen

1. Wie heeft voorrang op een gelijkwaardig kruispunt?

Op een gelijkwaardig kruispunt geldt in de meeste situaties de hoofdregel: verkeer van rechts heeft voorrang. Verkeersborden, verkeerslichten of haaientanden kunnen hiervan afwijken.

2. Mag ik een kruispunt oprijden als het verkeer vaststaat?

Nee. Rijd een kruispunt alleen op wanneer u het ook direct kunt verlaten. Zo voorkomt u dat u het kruisingsvlak blokkeert.

3. Moet ik richting aangeven als ik afsla?

Ja. Wanneer u links- of rechtsaf slaat, bent u verplicht richting aan te geven. Daarmee laat u andere weggebruikers duidelijk zien wat u van plan bent.

Hoe slaat u veilig links of rechts af?

Links of rechts afslaan lijkt eenvoudig, maar vraagt om een goede voorbereiding. Door op tijd te kijken, uw snelheid aan te passen en duidelijk richting aan te geven, voorkomt u gevaarlijke situaties en weten andere weggebruikers wat u van plan bent.

Veilig afslaan begint daarom ruim voordat u de bocht maakt.

Kijk goed om u heen

Controleer voordat u afslaat altijd de verkeerssituatie. Kijk ver vooruit, gebruik uw binnenspiegel en buitenspiegels en controleer de dode hoek.

Let niet alleen op auto's, maar ook op fietsers, voetgangers, bromfietsers en motorrijders. Vooral bij vrijliggende fietspaden kunnen fietsers uit beide richtingen komen.

Pas uw snelheid op tijd aan

Verminder uw snelheid ruim voordat u de bocht bereikt. Laat het gas op tijd los en rem geleidelijk af wanneer dat nodig is.

Door rustig snelheid te verminderen, houdt u meer controle over uw voertuig en geeft u andere weggebruikers duidelijk de tijd om op uw manoeuvre te reageren.

Geef tijdig richting aan

Gebruik uw richtingaanwijzer ruim voordat u afslaat. Zo laat u andere weggebruikers duidelijk zien wat u gaat doen.

Schakel de richtingaanwijzer uit zodra u de bocht heeft voltooid.

Sorteer op de juiste manier voor

Wanneer de weg daarvoor is ingericht, sorteert u tijdig voor op de juiste rijstrook of in het juiste voorsorteervak.

Doe dit rustig en alleen wanneer dit veilig kan. Zo voorkomt u onverwachte stuurbewegingen en blijft het verkeer goed doorstromen.

Geef andere weggebruikers de ruimte

Bij het afslaan moet u soms wachten totdat andere weggebruikers zijn gepasseerd.

Houd daarbij onder andere rekening met:

– tegemoetkomend verkeer wanneer u links afslaat;

– rechtdoorgaande fietsers en voetgangers;

– trams en voorrangsvoertuigen;

– verkeersborden, haaientanden en verkeerslichten.

Twijfelt u of het veilig is? Wacht dan liever even.

Maak de bocht rustig

Stuur vloeiend en houd tijdens het afslaan voldoende aandacht voor uw omgeving. Kijk ook tijdens de bocht regelmatig om u heen en blijf letten op onverwachte situaties.

Een rustige en voorspelbare manoeuvre vergroot de veiligheid voor iedereen.

Wat zegt de wet?

Wanneer u afslaat, moet u zich houden aan de geldende verkeersregels. Daarbij hoort onder andere dat u tijdig richting aangeeft, voorsorteert wanneer dat mogelijk is en voorrang verleent aan weggebruikers die volgens de wet voorrang hebben.

Daarnaast moet u verkeerslichten, verkeersborden en wegmarkeringen altijd opvolgen.

Goed om te weten

Veel ongevallen tijdens het afslaan ontstaan doordat bestuurders een fietser of motorrijder over het hoofd zien. Daarom is een laatste controle van de dode hoek vlak vóór het afslaan belangrijk.

Door op tijd snelheid te verminderen, duidelijk richting aan te geven en rustig af te slaan, voorkomt u verrassingen voor andere weggebruikers.

Veelgestelde vragen

1. Moet ik altijd richting aangeven als ik afsla?

Ja. Wanneer u links- of rechtsaf slaat, bent u verplicht richting aan te geven. Daarmee maakt u uw bedoeling duidelijk aan andere weggebruikers.

2. Wie moet ik voor laten gaan als ik links afsla?

Wanneer u links afslaat, moet u onder andere tegemoetkomend verkeer dat rechtdoor gaat voor laten gaan. Ook moet u rekening houden met rechtdoorgaande fietsers en voetgangers.

3. Waarom is de dode hoek controleren zo belangrijk?

Niet alle weggebruikers zijn zichtbaar in uw spiegels. Door vlak vóór het afslaan nog een laatste controle van de dode hoek uit te voeren, verkleint u de kans dat u een fietser, bromfietser of motorrijder over het hoofd ziet.

Hoe wisselt u veilig van rijstrook?

Van rijstrook wisselen gebeurt vaak tijdens het autorijden, bijvoorbeeld om een langzamer voertuig in te halen, een afrit te nemen of in te voegen op een andere rijstrook. Hoewel het een veelvoorkomende manoeuvre is, ontstaan hierbij regelmatig ongevallen doordat bestuurders een andere weggebruiker over het hoofd zien.

Door goed te kijken, duidelijk richting aan te geven en alleen van rijstrook te wisselen wanneer dit veilig kan, voorkomt u gevaarlijke situaties.

Kijk goed voordat u van rijstrook wisselt

Controleer eerst de verkeerssituatie voordat u een rijstrook verlaat. Kijk ver vooruit, gebruik uw binnenspiegel en buitenspiegels en controleer vervolgens de dode hoek.

Let niet alleen op auto's, maar ook op motorrijders en andere weggebruikers die zich naast uw voertuig kunnen bevinden.

Geef tijdig richting aan

Laat met uw richtingaanwijzer duidelijk zien dat u van rijstrook wilt wisselen. Geef uw richting op tijd aan, zodat andere weggebruikers weten wat u van plan bent.

Schakel de richtingaanwijzer weer uit zodra u veilig op de nieuwe rijstrook rijdt.

Controleer of er voldoende ruimte is

Ga alleen naar een andere rijstrook wanneer er voldoende ruimte is. Houd rekening met de snelheid van het verkeer achter u en zorg dat andere bestuurders niet plotseling hoeven te remmen of uit te wijken.

Twijfelt u of er voldoende ruimte is? Wacht dan totdat u veilig kunt invoegen.

Wissel rustig van rijstrook

Maak geen plotselinge stuurbewegingen. Verplaats uw voertuig rustig naar de andere rijstrook en blijf tijdens de manoeuvre goed om u heen kijken.

Een vloeiende beweging zorgt ervoor dat uw rijgedrag voorspelbaar blijft voor andere weggebruikers.

Voorkom onnodig wisselen

Steeds opnieuw van rijstrook wisselen levert meestal weinig tijdwinst op. Het vergroot juist de kans op gevaarlijke situaties en kan andere weggebruikers irriteren.

Blijf daarom zoveel mogelijk op dezelfde rijstrook rijden wanneer dat veilig en logisch is.

Wat zegt de wet?

Wanneer u van rijstrook wisselt, moet u altijd het verkeer dat al op de andere rijstrook rijdt voor laten gaan. Daarnaast bent u verplicht tijdig richting aan te geven voordat u een zijdelingse verplaatsing maakt.

Door deze regels te volgen, voorkomt u gevaarlijke situaties en blijft het verkeer veilig doorstromen.

Goed om te weten

De meeste ongevallen tijdens het wisselen van rijstrook ontstaan doordat een bestuurder de dode hoek niet controleert of de snelheid van achteropkomend verkeer verkeerd inschat.

Kijk daarom meerdere keren in uw spiegels, controleer altijd de dode hoek en wissel alleen van rijstrook wanneer u zeker weet dat dit veilig kan.

Veelgestelde vragen

1. Moet ik altijd richting aangeven als ik van rijstrook wissel?

Ja. Bij iedere rijstrookwisseling bent u verplicht richting aan te geven. Zo weten andere weggebruikers wat u van plan bent.

2. Waarom moet ik de dode hoek controleren?

Niet alle weggebruikers zijn zichtbaar in uw spiegels. Door ook over uw schouder te kijken, voorkomt u dat u een motorrijder of auto naast u over het hoofd ziet.

3. Mag ik zomaar van rijstrook wisselen?

Nee. U mag alleen van rijstrook wisselen wanneer dit veilig kan. Het verkeer op de rijstrook waar u naartoe gaat, heeft voorrang. U moet deze weggebruikers daarom altijd voor laten gaan.

Hoe haalt u veilig een ander voertuig in?

Inhalen is een van de meest risicovolle manoeuvres in het verkeer. U rijdt tijdelijk op een andere rijstrook of dichter langs een ander voertuig. Daarom is het belangrijk dat u alleen inhaalt wanneer u voldoende tijd, ruimte en goed zicht heeft.

Door vooruit te kijken, uw snelheid goed in te schatten en duidelijk richting aan te geven, kunt u veilig en verantwoord inhalen.

Kijk eerst of inhalen veilig is

Voordat u besluit om in te halen, beoordeelt u de hele verkeerssituatie. Kijk ver vooruit, controleer uw binnenspiegel, buitenspiegels en de dode hoek.

Let daarbij op tegemoetkomend verkeer, achteropkomende voertuigen en de snelheid van het voertuig dat u wilt inhalen.

Zorg voor voldoende ruimte

Begin pas met inhalen wanneer u zeker weet dat u de manoeuvre veilig kunt uitvoeren.

Houd rekening met:

– voldoende vrije ruimte voor en achter het voertuig;

– de snelheid van tegemoetkomend verkeer;

– de breedte van de weg;

– bochten, kruispunten en ander beperkt zicht.

Twijfelt u? Stel het inhalen dan uit.

Haal vlot en gecontroleerd in

Wanneer u besluit in te halen, voer de manoeuvre dan rustig maar doortastend uit. Blijf niet onnodig lang naast het andere voertuig rijden.

Geef tijdig richting aan, houd voldoende afstand en keer pas terug naar uw rijstrook wanneer u het ingehaalde voertuig volledig kunt overzien in uw binnenspiegel.

Houd voldoende afstand

Tijdens het inhalen is voldoende zijruimte belangrijk, vooral bij fietsers en bromfietsers.

Een te kleine passeerafstand kan ervoor zorgen dat een fietser schrikt, uit balans raakt of zelfs ten val komt. Geef kwetsbare verkeersdeelnemers daarom altijd extra ruimte.

Haal alleen in waar dat mag

Niet overal mag u een voertuig inhalen. Let daarom goed op verkeersborden, wegmarkeringen en de verkeerssituatie.

Op sommige plaatsen geldt een inhaalverbod of is inhalen gevaarlijk door beperkt zicht of druk verkeer.

Wat zegt de wet?

In Nederland geldt als hoofdregel dat u links inhaalt. Alleen in bijzondere situaties, zoals bij bestuurders die links hebben voorgesorteerd of op bepaalde rijstroken met blokmarkering, mag u rechts inhalen.

Daarnaast is het verboden om vlak voor of op een voetgangersoversteekplaats een voertuig in te halen. Ook moet u zich houden aan verkeersborden en wegmarkeringen die een inhaalverbod aangeven.

Goed om te weten

Veel gevaarlijke situaties ontstaan doordat bestuurders de snelheid van tegemoetkomend verkeer verkeerd inschatten of onvoldoende zicht hebben op de weg.

Veilig inhalen betekent daarom niet alleen dat het volgens de verkeersregels mag, maar vooral dat u de manoeuvre zonder risico kunt uitvoeren. Is daar twijfel over? Wacht dan op een beter moment.

Veelgestelde vragen

1. Mag ik altijd links inhalen?

Ja, in Nederland haalt u in principe links in. Alleen in enkele situaties, zoals bij een bestuurder die links heeft voorgesorteerd of op bepaalde rijstroken met blokmarkering, mag u rechts inhalen.

2. Wanneer kan ik beter niet inhalen?

Haal niet in wanneer u onvoldoende zicht heeft, tegemoetkomend verkeer nadert, de weg onoverzichtelijk is of u twijfelt of u de manoeuvre veilig kunt afronden.

3. Hoeveel afstand moet ik houden bij het inhalen van een fietser?

Geef een fietser of bromfietser zoveel mogelijk ruimte. Een ruime passeerafstand vergroot de veiligheid en voorkomt dat een fietser schrikt of uit balans raakt.

Hoe voegt u veilig in op de weg of snelweg?

Invoegen vraagt om een goede voorbereiding. U voegt zich in tussen verkeer dat vaak al met een hogere snelheid rijdt. Daarom is het belangrijk dat u goed kijkt, uw snelheid op tijd aanpast en alleen invoegt wanneer daar voldoende ruimte voor is.

Door voorspelbaar te rijden en rekening te houden met andere weggebruikers, verloopt het invoegen veilig en soepel.

Kijk vooruit en beoordeel de verkeerssituatie

Voordat u invoegt, kijkt u ver vooruit en controleert u regelmatig uw binnenspiegel, buitenspiegels en de dode hoek.

Let daarbij op de snelheid van het verkeer op de hoofdrijbaan en bepaal waar voldoende ruimte is om veilig in te voegen.

Pas uw snelheid aan

Gebruik de invoegstrook om snelheid te maken. Probeer zoveel mogelijk dezelfde snelheid te rijden als het verkeer op de rijbaan waarop u wilt invoegen.

Een groot snelheidsverschil maakt invoegen moeilijker en vergroot de kans op gevaarlijke situaties.

Geef tijdig richting aan

Laat met uw richtingaanwijzer duidelijk zien dat u wilt invoegen. Geef uw richting op tijd aan, zodat andere weggebruikers weten wat uw bedoeling is.

Blijf vervolgens goed om u heen kijken totdat u veilig bent ingevoegd.

Kies het juiste moment

Voeg alleen in wanneer er voldoende ruimte is tussen de voertuigen op de hoofdrijbaan.

Houd rekening met:

– de afstand tussen de voertuigen;

– de snelheid van het verkeer;

– de lengte van de invoegstrook;

– eventuele files of druk verkeer.

Twijfelt u? Pas uw snelheid aan en zoek een beter moment om veilig in te voegen.

Blijf rustig en voorspelbaar rijden

Maak geen onverwachte stuurbewegingen en dwing andere bestuurders niet om hard te remmen of uit te wijken.

Een rustige en duidelijke rijstijl helpt andere weggebruikers om goed op uw invoegmanoeuvre te reageren.

Wat zegt de wet?

Bij het invoegen voert u een bijzondere manoeuvre uit. Daarom moet u het verkeer dat al op de rijbaan rijdt altijd voor laten gaan.

Daarnaast bent u verplicht richting aan te geven wanneer u van rijstrook verandert en moet u zich houden aan de geldende verkeersregels en wegmarkeringen.

Goed om te weten

Veel bestuurders vinden invoegen spannend. Toch verloopt invoegen meestal veilig wanneer u voldoende snelheid maakt, goed om u heen kijkt en rustig een geschikte ruimte kiest.

Probeer niet aan het begin van een korte invoegstrook stil te gaan staan. Dat kan juist gevaarlijke situaties veroorzaken voor het verkeer achter u.

Veelgestelde vragen

1. Wie heeft voorrang bij het invoegen?

Het verkeer dat al op de rijbaan rijdt, heeft voorrang. U moet daarom wachten totdat u veilig kunt invoegen.

2. Moet ik snelheid maken op de invoegstrook?

Ja. De invoegstrook is bedoeld om uw snelheid zoveel mogelijk aan te passen aan het verkeer op de hoofdrijbaan. Daardoor verloopt het invoegen veiliger en soepeler.

3. Wat moet ik doen als het erg druk is op de snelweg?

Blijf rustig, geef op tijd richting aan en zoek een geschikte ruimte tussen de voertuigen. Forceer het invoegen niet en houd rekening met de snelheid van het overige verkeer.

Hoe voegt u veilig uit op de snelweg?

Uitvoegen lijkt eenvoudig, maar vraagt om een goede voorbereiding. Door op tijd te kijken, duidelijk richting aan te geven en pas snelheid te verminderen op de uitvoegstrook, voorkomt u gevaarlijke situaties en blijft het verkeer goed doorstromen.

Een veilige uitvoegmanoeuvre begint daarom ruim voordat u de afrit bereikt.

Kijk ruim vooruit

Wanneer u een afrit nadert, kijkt u ruim vooruit en controleert u regelmatig uw binnenspiegel, buitenspiegels en de dode hoek.

Let op de positie en snelheid van het verkeer achter u en bepaal op tijd wanneer u veilig naar de uitvoegstrook kunt rijden.

Geef tijdig richting aan

Laat andere weggebruikers ruim van tevoren weten dat u de snelweg gaat verlaten. Geef daarom ongeveer 300 meter vóór de uitvoegstrook richting aan, zodat achteropkomend verkeer weet wat u van plan bent.

Blijf tijdens het uitvoegen goed om u heen kijken en houd rekening met andere weggebruikers.

Verminder uw snelheid op de uitvoegstrook

Blijf op de hoofdrijbaan zoveel mogelijk de snelheid van het overige verkeer volgen. Verminder uw snelheid pas wanneer u zich op de uitvoegstrook bevindt.

Door niet te vroeg af te remmen voorkomt u dat achteropkomend verkeer onverwacht moet remmen of uitwijken.

Controleer de dode hoek

Voordat u naar de uitvoegstrook gaat, controleert u altijd de dode hoek. Zo voorkomt u dat u een motorrijder of auto naast uw voertuig over het hoofd ziet.

Voeg alleen uit wanneer u zeker weet dat dit veilig kan.

Houd rekening met andere weggebruikers

Op sommige plaatsen sluiten een uitvoegstrook en invoegstrook op elkaar aan. Dit wordt een weefvak genoemd. In zo'n situatie voegen bestuurders tegelijkertijd in en uit.

Houd daarom voldoende afstand, geef elkaar de ruimte en blijf duidelijk communiceren met uw richtingaanwijzer.

Wat zegt de wet?

Bij het uitvoegen moet u tijdig richting aangeven en rekening houden met andere weggebruikers. Daarnaast moet u de bewegwijzering, wegmarkeringen en verkeersregels volgen.

Door pas snelheid te verminderen op de uitvoegstrook blijft het verkeer op de hoofdrijbaan veilig en vlot doorrijden.

Goed om te weten

Veel bestuurders remmen al af terwijl zij nog op de snelweg rijden. Daardoor moeten achteropkomende bestuurders onverwacht reageren, wat de kans op kop-staartbotsingen vergroot.

Door eerst veilig uit te voegen en daarna snelheid te verminderen, rijdt u veiliger en voorkomt u onnodige hinder voor andere weggebruikers.

Veelgestelde vragen

1. Wanneer moet ik richting aangeven als ik de snelweg verlaat?

Geef uw richtingaanwijzer ongeveer 300 meter vóór de uitvoegstrook aan. Zo weten andere weggebruikers op tijd dat u de snelweg gaat verlaten.

2. Wanneer moet ik snelheid minderen?

Verminder uw snelheid pas wanneer u zich op de uitvoegstrook bevindt. Op de hoofdrijbaan blijft u zoveel mogelijk de snelheid van het overige verkeer volgen.

3. Wat is een weefvak?

Een weefvak is een rijstrook waar verkeer tegelijkertijd kan invoegen en uitvoegen. Houd in een weefvak extra rekening met andere bestuurders, kijk goed om u heen en geef elkaar voldoende ruimte.

Hoe voert u bijzondere verrichtingen veilig uit?

Bijzondere verrichtingen zijn manoeuvres waarbij u uw voertuig verplaatst zonder de normale verkeersstroom te volgen. Denk bijvoorbeeld aan parkeren, keren, achteruitrijden of wegrijden vanuit een parkeerplaats.

Juist tijdens deze manoeuvres is het belangrijk om goed te kijken, rustig te handelen en andere weggebruikers niet te hinderen. U voert immers een bijzondere manoeuvre uit en bent daarom extra verantwoordelijk voor de veiligheid.

Kijk voortdurend om u heen

Voordat u een bijzondere verrichting uitvoert, controleert u de volledige verkeerssituatie. Kijk ver vooruit, gebruik uw spiegels en controleer regelmatig de dode hoek.

Blijf ook tijdens de manoeuvre om u heen kijken. Andere weggebruikers kunnen onverwacht naderen of van richting veranderen.

Kies een veilige plaats

Niet iedere plek is geschikt om een bijzondere verrichting uit te voeren.

Houd rekening met:

– voldoende ruimte om veilig te manoeuvreren;

– goed zicht voor uzelf en andere weggebruikers;

– de aanwezigheid van fietsers en voetgangers;

– kruispunten, bruggen, tunnels en spoorwegovergangen.

Voorkom dat u het verkeer belemmert of gevaar veroorzaakt.

Voer de manoeuvre rustig uit

Neem de tijd om de manoeuvre gecontroleerd uit te voeren. Rijd langzaam en houd uw voertuig voortdurend onder controle.

Plotselinge stuurbewegingen of onnodig hard remmen kunnen andere weggebruikers verrassen en leiden tot gevaarlijke situaties.

Houd rekening met andere weggebruikers

Bij een bijzondere verrichting moet u het overige verkeer altijd voor laten gaan. Wacht daarom totdat u voldoende ruimte heeft om de manoeuvre veilig uit te voeren.

Geef andere weggebruikers de gelegenheid om ongehinderd door te rijden of voorbij te lopen.

Communiceer duidelijk

Laat met uw richtingaanwijzer zien wat u van plan bent en zorg ervoor dat uw rijgedrag voorspelbaar is.

Duidelijke communicatie voorkomt misverstanden en helpt andere weggebruikers om veilig op uw manoeuvre te reageren.

Wat zegt de wet?

Bij het uitvoeren van een bijzondere manoeuvre, zoals parkeren, keren of achteruitrijden, moet u het overige verkeer altijd voor laten gaan. Daarnaast mag u andere weggebruikers niet onnodig hinderen of in gevaar brengen.

Ook gelden er regels voor plaatsen waar u niet mag stoppen of parkeren, zoals bij kruispunten, bushaltes, voetgangersoversteekplaatsen en andere bijzondere weggedeelten.

Goed om te weten

Veel schade ontstaat tijdens manoeuvreren, niet door hoge snelheid, maar doordat bestuurders onvoldoende kijken of de beschikbare ruimte verkeerd inschatten.

Door rustig te rijden, regelmatig om u heen te kijken en voldoende ruimte te houden, voorkomt u de meeste aanrijdingen tijdens bijzondere verrichtingen.

Veelgestelde vragen

1. Wat is een bijzondere manoeuvre?

Een bijzondere manoeuvre is een verkeershandeling waarbij u afwijkt van de normale verkeersstroom, zoals parkeren, achteruitrijden, keren of wegrijden vanuit een parkeerplaats.

2. Wie heeft voorrang bij een bijzondere manoeuvre?

Voert u een bijzondere manoeuvre uit? Dan moet u het overige verkeer altijd voor laten gaan. Dat geldt voor auto's, fietsers, voetgangers en andere weggebruikers.

3. Waarom gebeuren veel schades tijdens manoeuvreren?

De meeste schades ontstaan doordat bestuurders onvoldoende om zich heen kijken, de dode hoek vergeten te controleren of de beschikbare ruimte verkeerd inschatten. Rustig manoeuvreren en goed blijven kijken verkleinen die kans aanzienlijk.

Klanten beoordelen ons met een 9,4
Bron: Klantenvertellen.nl

  • Vertrouwde ANWB-lesmethode

    Wij verzorgen rijopleidingen volgens de vertrouwde ANWB-lesmethode en gebruiken ANWB-lesmaterialen voor theorie én praktijk.

  • Al sinds 1965 een begrip in Rijnmond

    Al meer dan 60 jaar ervaring in verkeersopleidingen.

  • Onafhankelijk getoetste kwaliteit

    ISO 9001:2015-, NRTO-, KIWA- en CRKBO-erkend. Al meer dan 60 jaar kwaliteit waarop leerlingen, bedrijven en overheden vertrouwen.

  • Meer dan 35 verkeersopleidingen onder één dak

    Van auto en motor tot vrachtwagen, bus, Code 95, NIWO, taxi en rijinstructeursopleidingen. Eigen ontwikkeling, maatwerkopleidingen en alle verkeerskennis onder één dak.

  • Flexibel plannen

    Lessen overdag, 's avonds en in het weekend. Altijd passend bij jouw agenda.

  • Heldere tarieven

    Transparante prijzen. Voor veel beroepsopleidingen geldt een btw-vrijstelling voor particulieren.

  • Erkend SBB stage leerbedrijf

    Als erkend SBB-leerbedrijf begeleiden wij stagiaires naar een succesvolle start van hun carrière.

  • Maatschappelijke bijdrage

    Wij verzorgen gratis verkeerslessen en verkeerseducatie voor alle leeftijden. Zo dragen wij bij aan een veilig verkeer.

  • Duurzaam onderweg

    Samen bouwen aan veilige en duurzame mobiliteit voor de toekomst.

Op zoek naar deskundig opleidingsadvies?