Veilig wegrijden: waar moet je op letten?
Veilig wegrijden begint met goed kijken. Juist op het moment dat je wegrijdt, gebeuren regelmatig ongevallen. Vaak omdat een fietser, voetganger of andere weggebruiker niet op tijd wordt gezien.
Door eerst goed om je heen te kijken, duidelijk richting aan te geven en rustig weg te rijden, verklein je de kans op een ongeval. Zo begin je iedere autorit veilig.
Kijk eerst goed om je heen
Voordat je wegrijdt, controleer je altijd of dit veilig kan. Kijk niet alleen in de binnenspiegel en buitenspiegels, maar controleer ook de dode hoek door over je schouder te kijken.
Let daarbij op:
– fietsers en bromfietsers;
– voetgangers;
– tegemoetkomend verkeer;
– geparkeerde auto's;
– of je zonder hinder of gevaar kunt wegrijden.
Kijk bovendien niet alleen vlak voor de auto, maar ook verder vooruit. Zo zie je eerder wat er in het verkeer gebeurt en kun je op tijd reageren.
Trek rustig en gecontroleerd op
Is de weg vrij? Start dan de motor en rijd rustig weg. Geef geleidelijk gas, schakel op tijd naar een hogere versnelling en pas je snelheid direct aan de verkeerssituatie aan.
Rustig optrekken geeft meer controle over de auto. Bovendien verbruik je minder brandstof, stoot je minder schadelijke stoffen uit en slijten de banden en motor minder snel.
Houd voldoende ruimte
Veilig wegrijden betekent ook dat je rekening houdt met andere weggebruikers.
Houd daarom voldoende:
– volgafstand;
– zijruimte bij fietsers en geparkeerde auto's;
– ruimte tot tegemoetkomend verkeer.
Let ook op de breedte van je voertuig, smalle wegen, wegversmallingen en scherpe bochten. Hoe meer ruimte je houdt, hoe kleiner de kans op een aanrijding.
Pas je rijgedrag aan
Iedere verkeerssituatie is anders. Pas daarom je snelheid en rijgedrag aan de omstandigheden aan.
Houd extra rekening met:
– regen, sneeuw of gladheid;
– mist of fel zonlicht;
– kinderen in de buurt;
– fietsers en voetgangers;
– vrachtwagens en bussen.
Hoe slechter het zicht of de grip op de weg, hoe voorzichtiger je moet wegrijden.
Laat zien wat je gaat doen
Andere weggebruikers moeten kunnen voorspellen wat jij gaat doen.
Geef daarom op tijd richting aan, maak zo nodig oogcontact en geef anderen voldoende tijd en ruimte. Voorspelbaar rijgedrag voorkomt misverstanden en maakt het verkeer veiliger.
Welke verkeersregels gelden bij het wegrijden?
Bij het wegrijden moet je je aan de verkeersregels houden. Dat betekent onder andere dat je:
– andere weggebruikers voor laat gaan als dat verplicht is;
– richting aangeeft voordat je wegrijdt;
– je houdt aan de geldende maximumsnelheid;
– zoveel mogelijk rechts rijdt;
– aanwijzingen van politie of verkeersregelaars opvolgt.
Waarom is rustig wegrijden belangrijk?
Hard optrekken lijkt misschien sneller, maar levert meestal weinig tijdwinst op. Het vergroot juist de remweg, zorgt voor meer brandstofverbruik, meer uitstoot en extra slijtage aan de auto. Ook kunnen andere weggebruikers je snelheid moeilijker inschatten.
Rustig én vlot wegrijden is daarom veiliger, comfortabeler en beter voor het milieu.
Veelgestelde vragen
1. Moet ik altijd over mijn schouder kijken voordat ik wegrijd?
Ja. Spiegels laten niet alles zien. Door ook over je schouder te kijken controleer je de dode hoek. Zo voorkom je dat je een fietser, bromfietser of andere weggebruiker over het hoofd ziet.
2. Moet ik richting aangeven als ik vanuit een parkeervak wegrijd?
Ja. Door richting aan te geven weten andere weggebruikers wat je gaat doen. Dat maakt het verkeer veiliger en voorkomt verrassingen.
3. Mag ik direct hard optrekken?
Nee. Trek rustig en gecontroleerd op. Pas je snelheid aan de verkeerssituatie aan en schakel op tijd door. Dat is veiliger, zuiniger en beter voor je auto.