Voorrang verlenen betekent dat je een andere bestuurder ongehinderd zijn weg laat vervolgen. Dat betekent dat de ander niet hoeft te remmen, uit te wijken of te stoppen doordat jij eerst gaat.
Je verlaagt daarom op tijd je snelheid en stopt als dat nodig is. Pas als de andere weggebruiker veilig is gepasseerd, rijd je verder.
Wanneer moet je voorrang verlenen?
Je moet onder andere voorrang verlenen:
- bij haaientanden;
- bij het verkeersbord 'Verleen voorrang';
- wanneer verkeersregels dat voorschrijven;
- als een verkeersregelaar of verkeerslicht dit aangeeft.
Voorrang verlenen is niet altijd stoppen
Veel mensen denken dat voorrang verlenen hetzelfde is als stoppen. Dat is niet waar.
Als de andere weggebruiker zonder hinder kan doorrijden, hoef je niet stil te staan. Je moet er alleen voor zorgen dat de ander zijn weg veilig en zonder belemmering kan vervolgen.
Wettelijke definitie: Voorrang verlenen is het de betrokken bestuurders in staat stellen ongehinderd hun weg te vervolgen.